Een optie is een recht om tegen een vooraf bepaalde prijs binnen een afgesproken periode een bepaald goed te kopen of te verkopen. Denk bijvoorbeeld aan het kopen van een huis: wie een koopoptie neemt op een huis heeft dat huis in feite nog niet gekocht, maar verzekert zich al wel voor een veelal korte periode van de mogelijkheid om te kopen. Voor dit recht betaalt de optiekoper in de financiële markten een bedrag aan degene die het recht verleent.
Een optie is een afgeleid product, ofwel een derivaat. De waarde van de optie is gebaseerd op de waarde van het onderliggende product, de looptijd, de bewegelijkheid van de prijs van de onderliggende waarde en de rente.
1. Call-opties
Wie een call-optie koopt krijgt daarmee het recht om een bepaalde onderliggende waarde binnen een gedefinieerde periode te kopen tegen een van tevoren vastgestelde prijs. Het bedrag waartegen de optie wordt verhandeld noemt men de optiepremie.
Wie een call-optie schrijft oftewel verkoopt verleent daarmee aan de koper het recht om een onderliggende waarde tegen een van tevoren vastgestelde prijs te kopen. De schrijver ontvangt als compensatie de premie ofwel de prijs van de optie. De schrijver van de optie gaat bovendien zelf een verplichting aan de onderliggende waarde ook te leveren als daarom door de optiehouder gevraagd wordt.
Wanneer aan het eind van de looptijd (bij expiratie) van de optie de prijs van de onderliggende waarde onder de afgesproken uitoefenprijs ligt, zal de optie geen waarde meer hebben. Men kan immers deze onderliggende waarde goedkoper kopen dan voor de afgesproken prijs. Ligt de prijs echter hoger dan de uitoefenprijs, dan zal de optiehouder zijn rechten uitoefenen.
2. Put-opties
De koper van een put-optie heeft een recht gekocht om een onderliggende waarde tegen een van tevoren afgesproken koers te verkopen. Iemand die bepaalde aandelen heeft en deze wil houden kan zich door koop van een geschikte put-optie dus "verzekeren" van de waarde van zijn aandelen gedurende de looptijd van de optie. Voor deze verzekering betaalt de koper een bedrag.
De verkoper van een put-optie verplicht zich een onderliggende waarde af te nemen tegen een van tevoren afgesproken prijs. Als vergoeding ontvangt de schrijver van de koper het premiebedrag.
Wanneer aan het eind van de looptijd (bij expiratie) van de optie de handelsprijs van de onderliggende waarde boven de afgesproken prijs ligt zal de optie geen waarde meer hebben. Men kan immers zonder de optie de waarde duurder verkopen dan met de schrijver van de optie is afgesproken. Ligt de prijs echter lager dan de op de optie vastgelegde prijs, dan zal de optiehouder bij de schrijver komen om zijn rechten uit te oefenen.
Looptijd en expiratie
Voor normale opties zijn gestandaardiseerde looptijden afgesproken. Deze looptijden eindigen doorgaans op de derde vrijdag van de desbetreffende maand (Officieel: de zaterdag na de derde vrijdag van de desbetreffende maand). De "december 2007" opties liepen bijvoorbeeld af op 21 december 2007. Het aflopen van contracten noemt men expiratie. Op een expiratiedag kan er veel handel plaatsvinden omdat partijen hun posities afwikkelen en de waarde van de opties sterk kan fluctueren. De tijdswaarde van de opties is klein, dus een kleine beweging in de onderliggende waarde kan grote gevolgen hebben.
Voor de Nederlandse indexopties verloopt de expiratie tussen 15:30 en 16:00. Elke minuut wordt de stand van de AEX bepaald, zodat het expiratieniveau van deze index ongeveer het gemiddelde is van de stand gedurende dit half uur. Door deze constructie met gemiddeldes wordt voorkomen dat het expiratieniveau gemanipuleerd wordt. De aandelenopties kunnen in Amsterdam tot acht uur 's avonds op de expiratievrijdag worden uitgeoefend.
Weekopties en dagopties
Op 26 mei 2006 heeft Euronext voor het eerst in Europa opties geïntroduceerd met een looptijd van een week. Deze weekopties op de AEX Index beginnen elke vrijdag met handelen en lopen zeven dagen later af. Alleen tijdens de expiratie week van de normale opties worden er geen nieuwe weekopties geïntroduceerd. Euronext is op 31 maart 2008 van start te gaan met opties met een looptijd van slechts één dag. Deze opties zullen de dag nadat ze geïntroduceerd zijn aflopen, en hebben behalve de dagoptie die het weekend overspant dus een looptijd van 31 uur (van negen uur 's ochtends tot vier uur in de middag de dag daarna). De handel in deze kortlopende opties is een groot succes gebleken.
